Algemene ontwikkelingen

Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasury-functie.

Kaderstelling leningen derden
In december zal een vernieuwd Treasury-statuut aan uw Raad worden aangeboden. De kaderstelling voor het verstrekken van leningen aan derden zal worden uitgebreid. Voorop staat daarbij altijd de afweging van het publieke belang en het als laatste oplossing overwegen een lening te verstrekken. De markconformiteit, maar ook het afdekken van risico’s wordt toegevoegd.

Schatkistbankieren
Vanaf  2013 zijn gemeenten verplicht tot het aanhouden van tegoeden in de schatkist. Dit gebeurt via het dagelijks afromen van saldi van bankrekeningen. Decentrale overheden mogen nog onderling aan elkaar lenen, mits er geen toezichtrelatie bestaat. De verhouding tot het ministerie en andere overheden is in de begroting opgenomen. Wij zullen slechts incidenteel kort overtollig geld in de schatkist storten. Naar verwachting tien keer per jaar, telkens voor enkele dagen. Provincies treden af en toe op als geldgever.

Voorgenomen financieringsbeleid
In de begroting 2016 is de financieringsbehoefte aan langlopende leningen geraamd op 144 miljoen euro. Deze financieringsbehoefte is bij het meerjarenbeeld 2015-2018 bepaald en gebaseerd op de volgende veronderstellingen:

Saldo geldleningen o/g tot en met 2015

724

miljoen euro

Beschikbare reserves en voorzieningen

217

miljoen euro

Totaal lange financieringsmiddelen (A)

941

miljoen euro

Kapitaalverstrekking investeringen vorige jaren

1.078

miljoen euro

Investeringsprognose 2016

42

miljoen euro

Totaal benodigde financieringsmiddelen (B)

1.120

miljoen euro

Financieringsbehoefte 2016 (A-B)

179

miljoen euro

Naar verwachting wordt, gezien de huidige rentestand en verwachte renteontwikkelingen, hiervan circa 90 miljoen euro met kort geld gefinancierd in de vorm van korte mismatchfinanciering. Het resterende bedrag van 89 miljoen euro wordt naar verwachting aangetrokken in de vorm van langlopende leningen.

Ten opzicht van de begroting 2015 is de financieringsbehoefte met 176 miljoen euro gestegen. Naast investeringen is het raadsbesluit activeren bovenwijkse voorzieningen een belangrijke oorzaak van deze stijging.
Voor de volledigheid is het goed om te weten dat de hiervoor opgenomen onderbouwing niet geheel aansluit bij de Investering- en Financieringsstaat. Dit wordt veroorzaakt door het in die staat opnemen van beschikbare kredieten in plaats van kasstromen. Ook is bij de hiervoor opgenomen volumes sprake van gemiddelde jaarbedragen in plaats van absolute bedragen.

Tenslotte wijkt ook het investeringsvolume 2016 zoals hiervoor aangegeven af van het in het EMU-saldo opgenomen investeringsvolume. Daarin is afwijkend een iets hoger bedrag aan investeringen geraamd.